Pi, Pie, Pastei

“Pi” is niet alleen de zestiende letter van het Griekse alfabet of een wiskundige constante die de verhouding uitdrukt tussen de middellijn en de omtrek van een cirkel. “Pi” is ook een oude Engelse term uit het drukkersvak, met de betekenis: een dooreengeraakt zooitje letters van een zetsel. Al in 1659 is het woord in deze betekenis aangetroffen in een tekst. Later werd het ook wel gespeld als “pie”. Dit las ik bij de onvolprezen Wordsmith, van wie ik elke werkdag een interessant Engels woord in mijn mailbox vind.

Het Nederlandse woord voor “pie” is “pastei”, het Franse “pâté”. En in alledrie de talen heeft het woord dezelfde dubbele betekenenis, namelijk: een baksel van fijn deeg met een vulling, én: het bovengenoemde dooreengeraakte zooitje letters van een zetsel. Grappig, zo’n overeenkomst.

Het Woordenboek der Nederlandse Taal verklaart de drukkerijterm aldus (volgens mijn cd-romversie uit 2000):

pastei:
Bij boekdrukkers. — a) Dooreengeraakte letters van verschillende soort; inzonderheid: een deel van het zetsel dat uit het formaat en raam gevallen is of aan de hand des zetters is ontglipt. Vooral in de verbinding in pastei vallen. Ook fr. pâté wordt in dezen zin gebruikt. || Daar ligt een pastei, TUINMAN, Spreekw. 2, 31. — De drukker … liet de vorm, als by ongeluk, … uit de handt, en, gelyk de drukkers gewoon zyn te spreeken, in pastey of aan stukken vallen, BRANDT, Lev. v. Vondel 33. Hare overblijfselen (t. w. van de Middelburgsche Abdij) … vormen thans een zoo onzamenhangend geheel, dat het oorspronkelijk gebouw in pastei gevallen schijnt, gelijk de boekdrukkers zeggen, BUSKEN HUET, Rembr. 1, 460.

Ik heb ook wel ‘s een zetsel in pastei laten vallen. Het is niet fijn als dat gebeurt.

Er is trouwens een margedrukkerij in Amsterdam die Pastei heet. En kijk, op de website daarvan zie je ook een zooitje door elkaar geraakte letters. Als je die letters aanklikt krijg je allerhande zaken te zien.

 

*****